Wat doe je als werkgever wanneer je merkt dat verzuim oploopt, maar er weinig ruimte is voor grote programma’s of trajecten? Voor veel mkb-organisaties is dat een herkenbare vraag. Preventie wordt vaak gekoppeld aan investeringen of trajecten, terwijl het in de praktijk ook begint met aandacht voor mensen en voor wat er speelt in een team.
In een gesprek over preventie vertelt verzuimspecialist Aly Snijder meer over het onderwerp. In haar werk begeleidt zij organisaties bij verzuimvraagstukken en ziet ze dagelijks hoe kleine signalen op de werkvloer vaak meer vertellen dan cijfers alleen.
“Veel werkgevers denken bij preventie meteen aan investeringen,” vertelt Snijder. “Maar als je met elkaar gaat praten, merk je vaak dat het begint bij aandacht voor mensen. Weten hoe het met iemand gaat, daar zit vaak al de eerste stap.”

Eerst begrijpen wat er speelt
Wanneer organisaties te maken krijgen met verzuim, wordt er vaak eerst naar cijfers gekeken. Hoe hoog is het verzuimpercentage? Wie meldt zich ziek? En hoe vaak gebeurt dat? Die cijfers zijn belangrijk, maar ze vertellen niet altijd het hele verhaal.
“In gesprekken met organisaties beginnen we daarom vaak met andere vragen,” legt Aly uit. “Wat zien jullie zelf gebeuren op de werkvloer? Waar lopen medewerkers tegenaan? En wat merken leidinggevenden in hun team?”
Dat soort gesprekken geven vaak meer inzicht in wat er werkelijk speelt binnen een organisatie. Soms gaat het om werkdruk, soms om veranderingen binnen een team. In andere gevallen blijkt dat medewerkers zoeken naar hoe hun werk het beste bij hen past.
“De arbeidsmarkt is veranderd,” zegt Snijder. “Mensen hebben meer keuze en kijken sneller verder wanneer het werk niet meer goed voelt. Dan is het belangrijk dat je als werkgever goed contact houdt met je mensen.”
Het gesprek maakt het verschil
Volgens Aly zit de kracht van preventie in het gesprek. Niet alleen praten over prestaties of planning, maar ook over hoe iemand zich voelt in het werk. “Wanneer een leidinggevende weet hoe het met iemand gaat, kun je kleine signalen eerder oppikken,” vertelt ze. “Iemand die minder energie heeft, vaker kort ziek is of minder plezier lijkt te hebben in het werk. Dat zijn momenten waarop een gesprek veel kan betekenen.”
Zo’n gesprek hoeft volgens haar niet ingewikkeld te zijn. Het gaat er vooral om dat er ruimte is om eerlijk te bespreken hoe het gaat.
“Soms blijkt dat iemand tijdelijk meer werkdruk ervaart. Soms speelt er iets thuis, zoals mantelzorg of zorgen over familie. En soms kom je er samen achter dat het werk misschien anders ingericht kan worden, zodat het beter vol te houden is.”
Wat als er geen budget is?
In gesprekken met mkb-werkgevers komt ook vaak dezelfde zorg naar voren: wat kun je doen als er weinig budget is voor preventie? Volgens Aly begint preventie juist vaak bij dingen die weinig of niets kosten.
“Preventie wordt soms gezien als iets dat je moet inkopen,” zegt ze. “Maar in veel organisaties zit de eerste stap gewoon in het dagelijks werk. Regelmatig met elkaar praten, signalen serieus nemen en aandacht hebben voor je mensen.” Dat vraagt vooral tijd en betrokkenheid van leidinggevenden. Door vaker het gesprek te voeren en open te blijven over wat er speelt, ontstaat er ruimte om eerder bij te sturen.
“Je hoeft niet altijd meteen met grote oplossingen te komen,” legt Snijder uit. “Vaak helpt het al dat iemand zich gehoord voelt. Van daaruit kun je samen kijken wat nodig is.”
Altijd een stapje voor
Preventie wordt soms gezien als een systeem of een programma. In de praktijk blijkt het vaak veel menselijker dan dat. Het begint bij interesse in elkaar en bij aandacht voor de mensen die het werk elke dag doen. “Wanneer je weet wat er speelt binnen je organisatie, kun je ook eerder meedenken,” zegt ze. “Dan wacht je niet tot er iets misgaat, maar probeer je samen vooruit te kijken.”
En juist daar ligt volgens haar de kern van preventie. Niet alleen reageren wanneer er problemen ontstaan, maar zorgen dat je als organisatie altijd een stapje voor blijft. “Uiteindelijk draait het om goed werkgeverschap,” besluit ze. “Interesse tonen in je mensen en het gesprek blijven voeren. Daar begint preventie.”