Steeds warmere zomers zijn geen uitzondering meer. Waar hitte vroeger vooral werd gezien als een ongemak, is het inmiddels een arbeidsrisico waar werkgevers serieus rekening mee moeten houden. En juist daar ligt een kans.
“Een hitteplan begint niet bij de temperatuur, maar bij de risico’s binnen jouw organisatie,” vertelt Raymond Akkerman, hoger veiligheidskundige en arbeidshygiënist, voor beide gecertificeerd, bij Preventie&Werk. “Niet ieder bedrijf loopt dezelfde risico’s. Een medewerker op kantoor ervaart hitte heel anders dan iemand die buiten straatwerk uitvoert of in een warme productiehal werkt.”

Voorkomen is beter dan ingrijpen
De Arbowet schrijft geen vaste temperatuur voor waarop je maatregelen moet nemen. Wel ben je als werkgever verplicht om gezondheidsrisico’s in kaart te brengen én passende maatregelen te treffen. Er zijn methodes om de hittebelasting objectief vast te stellen, zoals de WBGT-methode, waarop je gezien de aard van het werk beleid kunt baseren. Gecombineerd met gezond verstand en de input van medewerkers kom je tot betere afwegingen om de risico’s te beheersen.
Dat betekent dat een standaardregel, zoals “bij 30 graden doen we dit”, lang niet altijd voldoende is. “Hitte is maatwerk,” legt Raymond uit. “De zwaarte van het werk, de fysieke inspanning, de omgeving, de leeftijd van medewerkers, de kleding die ze dragen, eventuele warmtestraling van machines en zelfs de locatie spelen allemaal mee. Daarom moet je eerst kijken: welke risico’s lopen onze mensen eigenlijk?”
Juist daarom hoort hitte volgens Raymond thuis in de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E). Toch ziet hij dat dit onderwerp daar nog lang niet altijd in wordt meegenomen. “Dat wordt nog weleens vergeten. Terwijl werken in warme omstandigheden de komende jaren alleen maar vaker voorkomt. Neem het op in de RI&E en maak vooraf afspraken. Dan hoef je tijdens een hittegolf niet meer te improviseren.”
Een hitteplan geeft duidelijkheid
Een goed hitteplan voorkomt discussie op het moment dat de temperatuur oploopt. Medewerkers weten waar ze aan toe zijn, leidinggevenden weten wanneer welke maatregelen gelden en de organisatie kan sneller handelen.
“Het gaat er niet om of het 24,8 of 25 graden is,” zegt Raymond. “Het gaat erom dat je vooraf hebt afgesproken: wanneer doen we wat? Dat geeft rust en duidelijkheid.”
Afhankelijk van de werkzaamheden kunnen maatregelen bestaan uit:
Technische maatregelen:
• Warmteproducerende machines, leidingen en oppervlakken isoleren of afschermen.
• Stralingswarmte beperken met reflecterende schermen of barrières.
• Warme lucht gericht afzuigen en voldoende ventilatie of koeling toepassen.
• Buitenzonwering, schaduwdoeken, overkappingen of gekoelde cabines plaatsen.
• Werkzaamheden automatiseren, mechaniseren of op afstand uitvoeren.
• Een koele rustruimte beschikbaar stellen.
• Voldoende koel drinkwater dichtbij de werkplek aanbieden.
Organisatorische maatregelen:
• Zwaar werk uitvoeren op koelere tijdstippen, bijvoorbeeld vroeg in de ochtend.
• Werktijden verkorten of een tropenrooster invoeren.
• Extra pauzes inlassen en een passende werk-rustverhouding vaststellen.
• Werknemers regelmatig laten rouleren tussen warme en koelere werkzaamheden.
• Het werktempo en de fysieke belasting verlagen.
• Niet-urgente werkzaamheden uitstellen tijdens extreme hitte.
• Werknemers geleidelijk laten wennen aan werken in warmte, met name na vakantie, ziekte of indiensttreding.
• Voorkomen dat werknemers bij zware hitte alleen werken.
• Afspraken maken over toezicht, communicatie en het tijdig stoppen van werkzaamheden.
Kleding en persoonlijke bescherming:
• Lichte, ademende en droge werkkleding beschikbaar stellen.
• Kledingvoorschriften aanpassen voor zover de veiligheid dat toelaat.
• Bij buitenwerk zonwerende kleding, hoofdbescherming, zonnebril en zonnebrandmiddel gebruiken.
• Bij zeer warme omstandigheden eventueel koelvesten of andere geschikte koelmiddelen inzetten.
• Rekening houden met de extra warmtebelasting van overalls, adembescherming en andere PBM.
Drinkbeleid:
• Werknemers stimuleren regelmatig kleine hoeveelheden water te drinken en niet pas bij dorst.
• Drinkwater vrij en eenvoudig toegankelijk maken.
• Alcohol vóór en tijdens het werk uitsluiten.
• Bij langdurig zwaar werk en veel transpiratie beoordelen of aanvulling van elektrolyten nodig is.
• Werknemers voorlichten dat extreem veel water drinken eveneens onwenselijk kan zijn.
Voorlichting en toezicht:
• Werknemers instrueren over de risico’s en vroege signalen van hittestress.
• Leidinggevenden leren symptomen te herkennen en direct te handelen.
• Afspraken maken over melden, toezicht en buddycontrole.
• Extra aandacht geven aan nieuwe, onervaren en nog niet geacclimatiseerde medewerkers.
• De maatregelen ook communiceren aan uitzendkrachten, contractors en bezoekers.
“Je wilt niet wachten tot iemand zich duizelig voelt of onwel wordt. Dan ben je eigenlijk al te laat.”
Kijk verder dan alleen de regels
Voor veel branches bestaan er Arbocatalogi waarin praktische afspraken en richtlijnen zijn vastgelegd. Die geven werkgevers concrete handvatten voor hun eigen situatie.
“De wet is bewust algemeen,” vertelt Raymond. “De Arbocatalogus vertaalt die wet naar jouw branche. Kijk daar dus altijd eerst naar voordat je zelf iets opstelt.” Daarnaast is toezicht minstens zo belangrijk als het maken van afspraken. “Een hitteplan in een la heeft geen waarde. Medewerkers moeten weten wat erin staat en leidinggevenden moeten erop toezien dat de afspraken ook worden nageleefd.”
Betrek je medewerkers
Volgens Raymond worden de beste oplossingen vaak bedacht door de mensen die dagelijks het werk uitvoeren. “Vraag medewerkers wat zij nodig hebben om veilig en prettig te kunnen blijven werken. Misschien helpt een schaduwplek, een gekoelde rustruimte of een andere werkindeling. Zij weten vaak als eerste wat wel en niet werkt.”
Door medewerkers actief mee te laten denken ontstaat bovendien meer draagvlak voor de gemaakte afspraken.
De kracht van preventie
Veel informatie over hitteprotocollen is tegenwoordig online beschikbaar. Toch blijft deskundig advies waardevol, juist omdat iedere organisatie anders is. Bij Preventie&Werk kijken adviseurs verder dan alleen een voorbeeldprotocol. Zij helpen organisaties om risico’s inzichtelijk te maken, deze op te nemen in de RI&E en praktische maatregelen te kiezen die passen bij de werkzaamheden, de branche en de medewerkers.
Binnen de arbeidsomstandigheden wordt vaak onderscheid gemaakt tussen drie vormen van preventie:
Primaire preventie: risico’s voorkomen voordat er klachten of ongevallen ontstaan, bijvoorbeeld door hitte op te nemen in de RI&E en vooraf een hitteplan op te stellen.
Secundaire preventie: signalen vroeg herkennen en snel ingrijpen, bijvoorbeeld wanneer medewerkers klachten krijgen of extra ondersteuning nodig hebben.
Tertiaire preventie: de gevolgen beperken wanneer iemand toch gezondheidsklachten of uitval ervaart, zodat veilig herstel en duurzame inzetbaarheid mogelijk blijven.
Een hitteplan is daarmee veel meer dan een protocol voor warme dagen. Het is een onderdeel van een breder preventief arbobeleid waarin organisaties vooruitdenken in plaats van achteraf problemen oplossen.
Want uiteindelijk draait het niet om reageren als het misgaat, maar om problemen vóór te zijn. Zoals Raymond het samenvat: “Een goed hitteplan sluit aan bij de risico’s van jouw organisatie. Maak het concreet, betrek je medewerkers en zorg dat het onderdeel wordt van je RI&E. Dan ben je voorbereid voordat de hitte toeslaat.”